Slachtoffers



Slachtoffers

Ravensbrück was een oord van verschrikking. Het door gevangenen uit Sachsenhausen gebouwde hoofdkamp bevatte uitsluitend vrouwen en vanaf haar oprichting tot het door het Rode Leger bevrijd werd, zijn er naar schatting 132.000 vrouwen gevangen geweest. Het was daarmee het grootste vrouwenconcentratiekamp op het grondgebied van het Duitse Rijk. 90.000 van hen vonden er de dood. Duizenden werden direct vermoord (in de schietgang of door toepassing van gifgas), anderen stierven door ondervoeding, het zware werk, systematische mishandeling door het kamppersoneel, gruwelijke ‘medische experimenten’, gebrek aan sanitaire voorzieningen en andere ontberingen. Poolse vrouwen vormden ongeveer een kwart van de kampbevolking. Ook waren er veel Françaises, waardoor Ravensbrück in Frankrijk ook wel als ‘L’enfer des femmes’ (Vrouwenhel) bekend staat. In de ‘hulpkampen’ en het nabij gelegen Jugend-Konzentrationslager Uckermark hebben ook nog eens 20.000 mannen en 1.000 vrouwelijke adolescenten gevangen gezeten.

De gevangen vrouwen waren getransporteerd vanuit Polen, de toenmalige Sovjet Unie en Oostenrijk, vanuit alle bezette gebieden en vanuit Duitsland zelf. Ravensbrück was een internationaal kamp. Sommige van deze vrouwen waren krijgsgevangen (Russische Rode Kruisverpleegsters), maar de meerderheid bestond uit burgers. Onder hen waren vrouwen uit het verzet, Jodinnen, Sinti en Roma zigeunerinnen. Er waren grote verschillen, maar wat alle vrouwen gemeen hadden was dat zij allen zonder voorafgaande berechting waren opgesloten. Na een korte tijd in het kamp zagen ze er ook min of meer eender uit;
slachtoffers

“mager, in slecht zittende vodden gehuld, twee ongelijke klompschoenen aan de met wonden overdekte voeten, de schaarse bezittingen aan een touw om het middel geknoopt, stoppelhaar dat weer een beetje begon aan te groeien en een trieste uitdrukking op het gezicht.”
(Uit: Een verborgen herinnering, Dunya Breur)


Contact Donaties Sponsers