Ria (oud-gevangene) - Mevrouw Haak
Ze was de zachtste moeder van ons allen
Ze was de zachtste moeder van ons allen
Met een grote innerlijke kracht
Men heeft haar naar het gevang gebracht
Geen klacht is aan haar mond ontvallen.
Ze was de trouwste van ons allen
Haar man ging eerder op transport
Haar tranen zijn in eenzaamheid gestort
Geen klacht is aan haar mond ontvallen.
Ze was de nederigste van ons allen
Op eigen voordeel nooit bedacht
Haar offers voor anderen slechts gebracht
Geen klacht is aan haar mond ontvallen.
Ze was de teerste van ons allen
Fragiel was elk gebaar
Al viel haar het werk te zwaar
Geen klacht is aan haar mond ontvallen.
Ze was de dapperste van ons allen
Zij bleef haar ideaal getrouw
De werkelijkheid was hard en rauw
Geen klacht is aan haar mond ontvallen.
Ze was de beste van ons allen
Een ziekbed ver van eigen land
Een doodsuur zonder vriendenhand
Geen klacht is aan haar mond ontvallen
Gedichten in het kamp geschreven hebben een belangrijke betekenis als ooggetuigenverslag. De aanleiding om te schrijven was vaak troost of speciale aandacht of, zoals in dit geval, de gedachtenis aan een overleden medegevangene. Het bovenstaande gedicht is eerder verschenen in “Zo ben je daar” van Tineke Wibaut-Guilonard.
Medegevangene in Ravensbrück ‘Ria’ heeft bovenstaand gedicht gewijd aan de moeder van de onlangs overleden Tineke Haak. Beide vrouwen hebben samen vele joodse kinderen het leven gered. Naar de hier bedoelde Augusta Haak-van Eek is in Heerhugowaard een straat vernoemd. De H.A. Haak-van Eektuin.
Tineke Wibaut-Guilonard schreef in haar inleiding bij dit gedicht; “Voor Mieke en mij was je onze kampmoeder en niet alleen omdat je dochters had die Mieke en Tineke heetten.”
<< Terug naar Kunst en Kultuur
<< Terug naar Poëzie - Pagina