Kitty de Josselin de Jong
Concentratiekamp
Een stenen vloer en kaal geschuurde wanden,
een stank van schimmel, giftig groen en zwart,
het aldoor bloeden van zijn rauwe handen,
en muren, muren, muren om zijn hart.
Een maal dat hij met honderden moet delen,
een hongerpijn die alle kwelling tart,
de nooit gestilde eenzaamheid van velen,
en muren, muren, muren om zijn hart.
Een zware taak in hitte, koude, regen,
een stem die in zijn slaap nog vloekt en sart,
de wanhoop, onvoorwaardelijk verzwegen,
en muren, muren, muren om zijn hart.
Een foltering die niets ooit kan verzoenen,
een niet-meer-weten, dat zijn ziel verwart ...
En dan de dood in duizend visioenen
op muren. muren, muren om zijn hart.
Het bovenstaande gedicht staat in “Oude en Nieuwe Geuzenliederen”, gekozen en ingeleid door Yge Foppema.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er op literair gebied door de allesoverheersende oorlogssituatie weinig gepubliceerd. Onder andere door de vervolging van joodse, communistische, socialistische en verdachte vooraanstaande auteurs. Jan Campert kwam bijvoorbeeld om in een concentratiekamp, A.M. de Jong werd doodgeschoten, Theun de Vries ontsnapte ternauwernood aan deportatie en Simon Vestdijk werd opgesloten in een gijzelaarskamp.
Voorts bestond er een publikatieverbod voor niet-leden van de "Kultuurkamer": een nazistisch controle-orgaan. Veel auteurs wezen een lidmaatschap af en wensten hun creativiteit niet ondergeschikt te maken aan de verwerpelijke ideeën van de bezetter. Wie toch wilde publiceren deed dat clandestien. Een uitgeverij als De Bezige Bij dankt daaraan haar bestaan.
Er is wel vrij veel verzetspoëzie gepubliceerd, ook wel genoemd "geuzenliederen", een benaming die stamt uit de 80-jarige oorlog tegen Spanje (1568-1648). De verzetsstrijders uit die tijd werden namelijk geuzen genoemd.
Een befaamd verzetsgedicht uit WO2 is "De achttien dooden" (bekend geworden onder de aanvankelijke titel "Het lied der achttien doden" van Jan Campert).
In het Geuzenliedboek 1940-1945 (1945), is de meeste verzetspoëzie afgedrukt. In zowel het “Geuzenliedboek 1940-1945” als in “Oude en Nieuwe Geuzenliederen” staan de namen van de schrijvers van de liederen niet vermeld, dat gebeurde immers tijdens de oorlog ook niet.
Het gedicht is geschreven door Kitty de Josselin de Jong. (Den Haag 9 juli 1903 - Warnsveld 25 november 1991.) Haar poëzie was niet avantgardistisch, maar de tragische actualiteit van de oorlog inspireerde haar wel tot meer geëngageerde poëzie, waaronder dit verzetsgedicht.
<< Terug naar Kunst en Kultuur
<< Terug naar Poëzie - Pagina