Henk Fedder


henk fedder - joods kind
Joods kind

Zij wacht hem elke avond aan de trein
Het meisje met d’on-arisch zwarte haren.
Met ogen, die verstrakken in een staren
of vader gauw de tunnel door zal zijn.


Forensen schuif’len langs de binnendeur
en schieten van de trap in daag’lijks jachten.
Het donkre kind kan enkel staan en wachten
vlak bij het hokje van de conducteur.


Dan zwaait een mannenarm een verre groet,
Op ’t klein gezicht bloeit plotseling herkennen.
Ze moet op slag hard naar haar vader rennen.
Hij bukt zich laag en zoent haar smalle toet.


Nu gaan ze samen door de late dag,
De man gebogen en van zorg gebeten,
Het ratelstemmetje wil erg graag weten
Waarom ze nog niet naar het zwembad mag .


O Heer, ik heb vandaag één bede maar:
Elk Joods gezin wordt haast vaneengereten,
Laat de Gestapo deze twee vergeten,
Laat die in Jesus’ naam toch bij elkaar.


Henk Fedder



Van Henk Fedder (geboren 1890) is dit ontroerend gedicht, dat in Geuzenliedboek 1940-1945 nog zonder naam werd opgenomen.
Ontroerend, want hoe jong de joodse kinderen ook waren, ze ontkwamen niet aan de naziterreur.
De regel - Laat die in Jesus’ naam toch bij elkaar - is des te wanhopiger als je bedenkt dat in die tijd in Duitsland spandoeken hingen met: Jesus war kein jude.


De naam Jesus is afkomstig van het Hebreeuwse Jesjoea of Jehosjoea (God zal redden). 



<< Terug naar Kunst en Kultuur
<< Terug naar Poëzie - Pagina

 




poezie-pagnia_01
Contact Donaties Sponsers