Organisatie in het kamp Ravensbrück
Organisatie in het kamp Ravensbrück
Het gehele kampsysteem was er op gericht de menselijke waardigheid te vernietigen. Jonge SS-ers* waren afgericht tot ‘staalharde mannen’ die geen menselijk gevoel tegenover hun slachtoffers kenden. Het zelfde gold voor de SS-Aufseherinnen, die middels verplichte scholingsbijeenkomsten voor hun werk waren klaar gestoomd. Opgeleid in de geest van superioriteitwaan zagen de SS-ers in de gevangenen “Untermenschen” die men ongeremd mocht terroriseren. Hoe wreder en hardvochtiger de behandeling, hoe meer kans op promotie en hogere verdiensten.
Ravensbrück werd op dezelfde wijze geleid als alle andere nazi-kampen. De commandanten en officieren, die belast waren met de kampbewaking, behoorden allen tot de Totenkopfverbände van de SS. Hoofdcommandant was Frits Suhren; Adolf Swarzhuber was zijn plaatsvervanger. Het hoofd van de Arbeitsabteilung was Werner Pfaum. Deze drie vormden de uitvoerende staf. De kampleiding, die het dagelijkse contact onderhield met de gevangenen, bestond uit Heinrich Rahmdohr, hoofd van de politieke afdeling, Binder, leider van de kleermakerswerk- plaats, Dorotha Binz, vrouwelijke hoofdcipier, Margarete Mewes, leidster van het strafblok, Carmen Mory, voormalig gevangene, die als leidster van het Jugendlager-hospitaal werd beschouwd en als bijnaam de Zwarte Duivelin had, en Elisabeth Marschall, directrice van het Revier (‘kamphospitaal’).
Met name deze dagelijkse kampleiding was verantwoordelijk voor de meest beestachtige kwellingen die werden uitgevoerd.
* SS (Schutzstaffeln), een op militaire leest geschoeide organisatie van de Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij, tijdens de Neurenbergse processen tot misdadige organisatie verklaard